5 dingen die je moet weten over kinderopvangtoeslag

Spielendes Baby III

Iedere ouder of bijna-ouder weet: het leven met een kind wordt er flink duurder op. Gelukkig zijn er bepaalde financiële regelingen waar ouders gebruik van kunnen maken om de kosten van een kind een beetje binnen de perken te houden. Maak je gebruik van kinderopvang, dan is de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst een niet te missen steuntje in de rug. Via de kinderopvangtoeslag kun je een bijdrage in de kosten van de kinderopvang krijgen. Maar wanneer heb je recht op kinderopvangtoeslag, hoeveel krijg je, en hoe werkt het precies? De 5 dingen die je moét weten over kinderopvangtoeslag lees je hier!

“Kinderopvangtoeslag: een niet te missen steuntje in de rug”

 

1. Voorwaarden

Kinderopvangtoeslag is een financiële bijdrage in de kosten van de kinderopvang. Je krijgt dit niet zomaar: om kinderopvangtoeslag te kunnen ontvangen, moeten jij en je eventuele toeslagpartner aan bepaalde voorwaarden voldoen. De belangrijkste voorwaarde is dat jullie allebei werken, een reïntegratietraject volgen of een studie of inburgeringscursus doen. Werk of studeert één van jullie niet? Dan heb je géén recht op kinderopvangtoeslag. Ook moeten zowel jij als je eventuele toeslagpartner de Nederlandse nationaliteit hebben of een geldige verblijfsvergunning. Andere voorwaarden zijn:

  • Je hebt een contract afgesloten met de kinderopvang. In dit contract moeten bepaalde gegevens vermeld staan, zoals de uurprijs van de opvang, het aantal uren opvang per jaar, en de ingangs- en einddatum van de opvang. Ook moet het contract door zowel jou als de kinderopvang ondertekend zijn.  
  • De kinderopvang waar je een contract mee hebt afgesloten staat geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang.
  • Je betaalt een deel van de kosten van de opvang zelf. Dit is de eigen bijdrage. Bij een controle moet je met bankafschriften aan kunnen tonen dat je de eigen bijdrage hebt betaald. Heb je dit niet gedaan, dan moet je alle ontvangen kinderopvangtoeslag terugbetalen aan de Belastingdienst.  
  • Je ontvangt kinderbijslag of pleegouderbijdrage, of je betaalt mee aan het levensonderhoud van je kind. Voor dit laatste is een minimale bijdrage per kwartaal vereist.
  • Je kind staat ingeschreven op jouw woonadres.
  • Je kind gaat nog niet naar het voortgezet onderwijs.  

Bovenstaande voorwaarden zijn harde eisen om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te kunnen komen. De Belastingdienst voert regelmatig controles uit, waarbij je als ouder bijvoorbeeld gevraagd kunt worden om het getekende contract met de kinderopvang en de betalingen van je eigen bijdrage te tonen. Als blijkt dat je niet aan de voorwaarden voor toeslag voldoet, moet je alle ontvangen toeslag terugbetalen aan de Belastingdienst.  

Kom je niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag, maar heb je wel opvang nodig? Dan kun je om hulp vragen bij de gemeente. In sommige gevallen heb je recht op een bijdrage vanuit de Sociale Dienst, bijvoorbeeld op basis van Bijzondere Bijstand of een sociaal-medische indicatie.

 

2. Hoeveel krijg ik?

De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt o.a. af van jouw eigen inkomen en hoeveel kinderen je hebt. Er zijn ook andere voorwaarden van invloed op de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Zo kun je per kind voor een maximum aantal uren toeslag krijgen. Tenslotte, als jij 20 uur in de week werkt, heb je in theorie alleen voor deze 20 uren opvang nodig, plus wat extra om naar en van je werk te reizen. Om het maximum aantal uren waar je toeslag voor krijgt te bepalen, wordt dan ook gekeken naar het aantal uren dat jij of je partner werkt. Het gaat dan om de ouder die het minst aantal uren per jaar werkt. Werk je niet, maar volg je wel een traject naar werk, een opleiding of een inburgeringscursus, dan kun je gedurende de maanden waarin je dit volgt ook kinderopvangtoeslag krijgen. Bij het berekenen van het maximum aantal uren waar je toeslag voor mag ontvangen, wordt onderscheid gemaakt tussen dagopvang en buitenschoolse opvang. Omdat kinderen die naar de buitenschoolse opvang gaan overdag op school zijn en alleen ‘s middags opvang gebruiken, krijg je voor de buitenschoolse opvang minder uren vergoed.

Als het maximale aantal uren bepaald is, wordt gekeken naar de uurprijs die de opvangorganisatie rekent. De Belastingdienst heeft voor verschillende opvangvormen een maximumuurtarief bepaald, en er wordt tot maximaal deze uurprijs vergoed. Alles wat boven deze grens valt, is automatisch voor jouw eigen rekening. Een voorbeeld: het maximumuurtarief voor dagopvang is in 2018 vastgesteld op € 7,45 (2019: € 8,02 voor dagopvang en € 6,89 voor BSO). Het contract dat jij met de opvang hebt afgesloten gaat uit van een uurprijs van € 7,80. Dit betekent dat jij per uur opvang dat je afneemt, in ieder geval € 0,35 zelf moet betalen.

In veel gevallen zal de rekening die je van de opvang ontvangt uit twee delen bestaan: een deel dat vanuit de kinderopvangtoeslag betaald wordt, en een deel dat jij zelf moet betalen. Dit laatste is je eigen bijdrage. Alle uren die buiten het vastgestelde maximum aantal opvanguren vallen en het gedeelte tarief dat boven het maximumuurtarief valt, dien je zelf te betalen.

Benieuwd hoe de verdeling voor jou zal zijn? Met de Rekentool op onze website zie je in 3 eenvoudige stappen hoeveel kinderopvangtoeslag je waarschijnlijk krijgt, en hoeveel netto eigen bijdrage je zelf maandelijks moet betalen. Ook via de site van de Belastingdienst kun je een proefberekening maken. 

 

3. Wanneer krijg ik het?

Op of rond de 20e van de maand wordt de kinderopvangtoeslag voor de volgende maand uitbetaald. Dus, op 20 juli wordt de toeslag voor de opvanguren van de maand augustus uitbetaald. In principe wordt de toeslag op jouw eigen rekening gestort, en moet je dit zelf, samen met jouw eigen bijdrage, overmaken naar de opvangorganisatie. De Belastingdienst kan de toeslag ook rechtstreeks naar de opvangorganisatie overmaken. De opvang verrekent dan de toeslag met de totale opvangkosten, en jij krijgt alleen een rekening voor jouw eigen bijdrage. Wel zo makkelijk! Je kunt zelf via Mijn Toeslagen instellen dat de toeslag rechtstreeks aan de opvang wordt uitbetaald. Check wel eerst even bij je opvang of dit mogelijk is, niet alle opvangorganisaties hebben deze overeenkomst met de Belastingdienst. Opvangorganisaties die deze mogelijkheid wél bieden, worden jaarlijks door een registeraccountant geaccrediteerd, zodat jij er zeker van zijn dat de toeslag op de goede plek terechtkomt. Als je van verschillende opvangorganisaties gebruikt maakt, bijvoorbeeld als één kind naar een kinderopvang gaat en één kind naar een gastouder, kun je de toeslag niet rechtstreeks aan de opvang laten uitbetalen.

 

4. Wijzigingen

Houd er rekening mee dat jij er altijd zelf verantwoordelijk voor bent dat de Belastingdienst de juiste gegevens heeft. Wijzigt er iets in je opvangsituatie? Gaat je kind bijvoorbeeld een dag minder naar de opvang, of gaat je kind van het kinderdagverblijf over naar de buitenschoolse opvang? Dit soort wijzigingen zijn van invloed op de hoogte van de toeslag die je krijgt, en dit moet je zelf aan de Belastingdienst doorgeven. Dit doet de opvang niet voor jou. Als bij de definitieve berekening blijkt dat je geen recht had op toeslag of teveel hebt ontvangen, dan moet je het bedrag zelf terugbetalen. Vraag in ieder geval binnen 3 maanden na de start van de opvang de toeslag aan, anders heb je geen recht op toeslag voor de eerste maanden. 

Als je een wijziging hebt doorgegeven, wordt het bedrag dat je aan kinderopvangtoeslag ontvangt aangepast. Laat je de toeslag rechtstreeks aan de opvang overmaken? Bij sommige wijzigingen wordt de rechtstreekse uitbetaling door de Belastingdienst stopgezet, bijvoorbeeld als je kind overstapt van het kinderdagverblijf naar de buitenschoolse opvang of als je kind bij een andere opvang begint. Houd dus bij een wijziging goed in de gaten of de rechtstreekse uitbetaling doorloopt, of dat je dit weer opnieuw moet aanvragen.   

 

5. Bijzondere situaties

In een aantal situaties waarbij je niet direct aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voldoet, kun je toch toeslag ontvangen. Bijvoorbeeld als je na een scheiding co-ouder bent, en zowel jij als je ex-partner een deel van de opvangkosten betalen. In dat geval kunnen je toeslag aanvragen voor jouw deel van de kosten, en je ex-partner kan hetzelfde doen. Gezamenlijk mogen jullie niet meer dan het maximum aantal uren afnemen. Een andere bijzondere situatie is als je stopt met werken of (gedeeltelijk) werkloos raakt. Als je kind nog naar de kinderopvang gaat, heb je nog 3 maanden recht op kinderopvangtoeslag. Ga je binnen deze 3 maanden niet opnieuw aan het werk of een opleiding, inburgeringscursus of traject naar werk volgen, dan heb je na de 3 maanden geen recht meer op kinderopvangtoeslag. Je moet de toeslag dan stopzetten. Dit geldt ook als je toeslagpartner geen werk meer heeft. Meer bijzondere situaties vind je op de site van de Belastingdienst.

 

En op de valreep nog een extra tip: als je gedurende het jaar af en toe extra opvang hebt afgenomen, dan heb je waarschijnlijk niet deze extra uren tussentijds aan de Belastingdienst doorgegeven. Het is daarom belangrijk dat je aan het eind van het jaar nogmaals de uren doorgeeft aan de Belastingdienst, aan de hand van de jaaropgave die je van de opvang ontvangt. Op die manier kun je ook voor die extra uren nog toeslag ontvangen. 

 

De belangrijkste weetjes over de kinderopvangtoeslag heb je nu op een rij! Je wilt nu vast snel weten hoe de kinderopvangtoeslag van invloed is op jouw portemonnee. Hoeveel toeslag kun jij ontvangen en hoeveel moet je zelf betalen? Bereken het snel en eenvoudig met onze gratis online Rekentool: in 3 stappen naar een duidelijk kostenplaatje.

 

Monkey Donky

Post author