Buiten spelen: Hoe stimuleer ik mijn kind om meer te gaan bewegen?

Kinderen bewegen steeds minder. De richtlijn voor een gezond kind is 60 minuten beweging op een dag, alle dagen van de week. Dat zou haalbaar moeten zijn, zou je denken. Toch blijkt uit onderzoek dat 53 procent van de kinderen in Nederland onvoldoende beweegt. Dat heeft gevolgen voor het opgroeien. Kinderen die genoeg bewegen, ontwikkelen zich namelijk ook beter.

“Uit onderzoek dat 53 procent van de kinderen in Nederland onvoldoende beweegt”

Bewegen voor kinderen

Wat zijn dan precies de voordelen van voldoende beweging voor kinderen? Onderzoeken wijzen uit dat ze fitter worden, betere motorische vaardigheden krijgen en dat ze beter meekomen op school. Verder gelden dezelfde pluspunten als gezonde beweging voor volwassenen:

  • Betere spijsvertering en gezonder gewicht
  • Krachtigere botten en sterkere spieren
  • Beter slapen
  • Minder moe en meer energie
  • Minder kans op diabetes, hart- en vaatziekten
  • Sterker afweersysteem, minder vatbaar voor ziektes
  • Beter bestand tegen stress en depressie

Als ouder kun je je kind nog bijsturen in het opgroeien. Genoeg reden dus om werk te maken van beweging. Wat kan jij als ouder doen om je kind genoeg te laten bewegen? We zetten vijf tips op een rijtje.

1. Kies voor de school en de buitenschoolse opvang die werk maken van beweging

Een groot deel van de week is het kind op school of bij de buitenschoolse opvang. Het is dus erg belangrijk dat daar aandacht wordt besteedt aan gezonde beweging. In de pauzes, tijdens de gymlessen en misschien zelfs tijdens de reguliere lessen. Informeer daarom altijd hoe de school de gymnastieklessen inricht: is er elke week een uur actieve gymles? Maar vraag ook hoe de school de kinderen in de pauzes stimuleert. Investeert deze school in buitenspeelgoed zoals springtouwen, voetballen en elastieken? Organiseren de juffen en meesters op het plein ook spelletjes zoals tikkertje, hinkelen of andere bewegingsspellen?

Geef ook bij de buitenschoolse opvang je ogen goed te kost in de speelruimtes en de buitenruimtes. Een goede bso organiseert het hele jaar door actieve en creatieve activiteiten en plant die in met een activiteitenkalender. Vaak is het ook mogelijk om zwemlessen te nemen tijdens deze opvang uren. Bij de eerste rondleiding op de buitenschoolse opvang is het ook heel goed om te vragen naar het speelgoed en de speeltoestellen die er zijn om de kinderen aan te moedigen actief te spelen.

“Kinderen die veel buiten spelen bouwen meer weerstand op”

2. Sporten voor kinderen

NISB zet zich actief in om kinderen zoveel mogelijk beweegkansen te bieden. Of zoals Dayenne het zelf omschrijft: de openbare ruimte geschikt maken voor kinderspelletjes buiten. Een mooi voorbeeld is het samen met Jantje Beton en Staatsbosbeheer ontwikkelde project Natuursprong. Groepsgewijs buiten spelen in de natuur, in door Staatsbosbeheer gemaakte speelbossen en in wijkparken.

Sport is niet alleen leuk en een goede manier om fit te blijven, het is ook een manier om nieuwe vriendschappen en een eigen sociaal netwerk op te bouwen. Maar kies als ouder niet automatisch voor voetbal of hockey, waarschuwt Arjen Hop, medeoprichter van Nationaal Bureau Sport Stimulering (NBSS). ‘Ouders zouden hun kind centraal moeten stellen bij de sportkeuze.’

3. Maak bewegen onderdeel van vrije tijd

Kinderen kunnen niet naar een sportclub zonder hulp van de ouders. Halen, brengen, lidmaatschapsgeld, materiaal: soms kun je dat als ouder niet opbrengen. Je kind in beweging krijgen kan ook zonder geld te betalen aan een sportclub. Thuis of in de wijk bijvoorbeeld. Gewoon in je vrije tijd. Lopen, dansen, fietsen: alles mag. Met een beetje fantasie zijn er genoeg activiteiten te bedenken. Bijvoorbeeld:

  • Ouderwets elastieken, touwtjespringen, badmintonnen, waterflessen omkegelen of tikkertje spelen
  • Met bellenblaas spelen (wie prikt zoveel mogelijk bellen stuk?)
  • Een speurtocht uitzetten in huis of in de buurt
  • Een fiets- of wandelroute uitstippelen
  • Gezellig samen zwemmen, dansen op muziek, voetballen of schaatsen

“De belangrijkste factor die bepaalt of en hoeveel een kind beweegt, is de omgeving“

 4. Bewegingsgames voor kinderen

Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van spelcomputers, iPads en mobiele telefoons. Kinderen lijken meer en meer aan het beeldscherm te ‘plakken’. Helemaal verbieden is niet nodig. Want ook de huidige technologie biedt nieuwe mogelijkheden tot beweging. Er zijn genoeg spelcomputers met bewegingssensoren waarbij je actief meedanst of meebeweegt.

De fabrikanten van deze games verdiepen zich steeds meer in de mogelijkheden om kinderen aan te zetten tot meer bewegen. ‘Je leert – verweven in het spel – over gezond eten, over een gezonde manier van leven,’ vertelt bewegingswetenschapper Monique Simons. In haar onderzoek gaf de leeftijdscategorie acht- tot twaalfjarigen aan de beweeggames leuk te vinden, zelfs leuker dan de traditionele games.

5. Blijf je kind stimuleren om goed te bewegen

De belangrijkste factor die bepaalt of en hoeveel een kind beweegt, is de omgeving. Als ouder krijg je daarmee een grote verantwoordelijkheid. Door van bewegen en sporten een leuke activiteit te maken, wordt het een prettig onderdeel in het leven van je opgroeiende kind. Vergeet daarom niet om complimenten te geven en de prestaties van het kind positief te benoemen. En: goed voorbeeld doet goed volgen. Neem dus ook zelf de tijd om te bedenken hoe je vandaag voldoende in beweging blijft en of je je kinderen daarbij kan betrekken.

Hoe krijg jij je kind(eren) in beweging? Deel het in een reactie onder dit artikel.

Noortje

Noortje

Laat een reactie achter

Ingrid Weijens

Over het Monkey Donky Blog
Op onze blog verschijnen regelmatig interessante en leuke artikelen over alles wat met kinderen, opvoeding, gezondheid en ouders te maken heeft.
Lees je mee?