Je kind vaccineren: wel of niet?

Wel of niet vaccineren – het is een hot topic. In Nederland zijn ouders vrij om te bepalen of ze hun kinderen inenten. Er zijn voorstanders en tegenstanders die elk hun eigen argumenten hebben. In dit artikel vind je de belangrijkste overwegingen.

“In Nederland zijn ouders vrij om te bepalen of ze hun kinderen inenten”

 

 

Eeuwenlang eiste het pokkenvirus dodelijke slachtoffers: één op de tien mensen stierf aan de ziekte. Tot het moment dat er een wereldwijde vaccinatiecampagne startte. Sinds de tweede helft van de jaren zeventig komt de pokkenziekte niet meer voor. Het is het eerste virus dat door de moderne wetenschap is ‘uitgeroeid’. Ook tegen andere, potentieel dodelijke ziektes zijn door wetenschappers vaccinaties ontwikkeld. Alle met het doel om ziekten terug te dringen en uiteindelijk te laten verdwijnen.

 

Vaccineren van kinderen: het Rijksvaccinatieprogramma

In 1957 stelt de Nederlandse overheid het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) in. Dit programma bevat een schema waarin staat wanneer baby’s in Nederland worden gevaccineerd en tegen welke ziekten. De meeste inentingen worden gegeven vanaf de geboorte tot vijftien maanden. Rond het vierde, negende en twaalfde jaar zijn er ook inentingen. De vaccinaties beschermen kinderen tegen ernstige infectieziekten:

  • difterie
  • kinkhoest
  • tetanus
  • polio
  • bof
  • mazelen
  • rodehond
  • hib-ziekten
  • pneumokokken
  • meningokokken C
  • hepatitis B

 

Voor 1957 vormden deze ziekten een groot probleem. Na het invoeren van het vaccinatieprogramma zijn veel van de ziekten helemaal of bijna helemaal verdwenen. Om te voorkomen dat de ziekten terugkomen, blijft vaccineren belangrijk. Wordt een baby of kind dat is ingeënt toch ziek, dan verloopt de ziekte minder heftig.

“ De enige bewezen nadelen van het vaccineren – zoals een minimale kans op koorts – wegen niet op tegen de vervelende  ziektes die met het Rijksvaccinatieplan worden voorkomen”

 

 

We kennen de ziektes waar we onze kinderen tegen vaccineren niet meer

De keuze om je kind geen inentingen te geven, wordt gemakkelijker omdat de gevolgen van de ziektes niet langer in ons collectieve geheugen zitten, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd in Canada en de Verenigde Staten (respectievelijk A postmodern Pandora’s box: Anti-vaccination misinformation on the InternetA taxonomy of reasoning flaws in the anti-vaccine movement en Parents’ vaccination comprehension and decisions). Sinds de introductie van het Rijksvaccinatieprogramma is het aantal zieken dramatisch gedaald. Ouders van nu weten niet hoe gevaarlijk ziektes als difterie en tetanus zijn, omdat ze zijn opgegroeid zonder die ziektes. Het is geen overduidelijke bedreiging meer. Daarom verschuift de aandacht van de ziekte, naar eventuele bijwerkingen van de vaccinaties. Daar komt bij dat het prikken voor een kind niet fijn is. Het doet pijn, en ouders willen hun kind daarvoor behoeden.

Het ís ook ingewikkeld, vertellen deze onderzoeken.

‘Veel ouders ontberen kennis van de werking van vaccins, en vinden dat de beschikbare informatie niet toereikend of begrijpelijk genoeg is. Degenen met de grootste behoefte om meer te weten over vaccinatie lijken het meest kwetsbaar voor verwarrende informatie.’(A taxonomy of reasoning flaws in the anti-vaccine movement – Robert M. Jacobson, Paul V. Targonski, Gregory A. Poland).

Zo werkt een vaccinatie

Je krijgt een injectie met daarin het vaccin. Er zijn verschillende soorten vaccins: met verzwakte organismen (bijvoorbeeld het poliovaccin) en met dode organismen (bijvoorbeeld difterie) of een synthetisch gen (bijvoorbeeld hepatitus B). Het vaccin roept een afweerreactie op van het lichaam zonder dat je er echt ziek van wordt. Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma is te lezen dat je lichaam denkt dat er een infectie is, waardoor het afweerstoffen aan gaat maken. Hierdoor raak je beschermd tegen de daadwerkelijke ziekte.

 

Het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu heeft voor ouders de Brochure Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten uitgegeven. Hierin staan de meest gestelde vragen van ouders, maar ook meer achtergrondinformatie over de veiligheid van vaccins: ‘Vaccins worden uitvoerig getest voordat ze op de markt komen. Juist omdat vaccins aan gezonde kinderen worden gegeven, wordt streng gecontroleerd op bijwerkingen. [..] Er is geen verband gevonden tussen de vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma en bijvoorbeeld hersenbeschadiging, een ontwikkelingsachterstand, epilepsie, diabetes, autisme of wiegendood.’ Bekijk de brochure >>

 

En ook kinderartsen laten van zich horen. In zijn online artikel Angst voor vaccineren vertelt Jan Peter Rake – vader van twee kinderen die alle inentingen hebben gehad en kinderarts in het Martiniziekenhuis in Groningen – wat zijn professionele en persoonlijke mening is. ‘Omdat de bijwerkingen van het Rijksvaccinatieprogramma in geen verhouding staan tot de ernst van de ziekten (welke helaas nogal eens onderschat worden), is mijn persoonlijke mening dat alle kinderen (enkele kinderen met bijzonder ziektes uitgezonderd) zouden moeten worden gevaccineerd.’

 

In datzelfde artikel haalt de kinderarts onderzoek uit 1998 aan dat het mazelenvaccin onterecht linkt aan autisme. Het onderzoek bleek niet goed uitgevoerd. Geen enkel ander of vervolgonderzoek stelt vast dat er een verband is tussen het mazelenvaccin en autisme (lees ook dit artikel van de Belgische Autismevereniging). Toch was het kwaad destijds al geschied: veel ouders (met name in het Verenigd Koninkrijk) kozen ervoor hun kind niet te vaccineren. Het aantal kindersterfgevallen door mazelen steeg.

Vaccineren is niet verplicht in Nederland

In Nederland mogen ouders zelf bepalen welke inentingen hun baby krijgt. In veel andere landen is dat anders. Zo is de inenting tegen polio in België verplicht. In Frankrijk is de DTP-vaccinatie verplicht. In Zuid-Afrika gaan ze zelfs zo ver dat ze tegen waterpokken vaccineren.

De vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma werken net zoals de vaccinaties die aan reizigers naar andere continenten worden aangeraden. Ook hier draait het erom dat wij ziek kunnen worden van (infectie)ziekten die in andere landen voorkomen zoals hepatitus A, buiktyfus, gele koorts en malaria. Deze vaccinaties worden echter pas gegeven op het moment dat je besluit naar dat land te gaan reizen. Op dat moment bezoek je de GGD, die de vaccinaties verstrekt.

 

Baby wel of niet vaccineren?

Op dit moment doet zo’n 95 procent van alle ouders mee aan het vaccineren van hun kinderen. Toch zijn er ook ouders die er bewust voor kiezen om niet deel te nemen aan het vaccinatieprogramma. Cijfers van het aantal ouders dat twijfelt zijn er niet. De Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken geeft aan dat het aantal vragen van ouders groeit. In een artikel op Vrouw.nl reageert RIVM-woordvoerder Margit Renkema daarop: ‘Kinderziektes komen misschien in veel mindere mate voor dan vroeger, maar dat betekent natuurlijk niet dat we er zomaar mee kunnen stoppen. Zelfs anno 2016 zijn vaccinaties nog steeds heel hard nodig.’

De argumenten van ouders om hun baby niet te vaccineren, berusten vooral op geloof en op mogelijke nadelen van inenten.

 

Argumenten om niet te vaccineren: geloof

Er zijn religieuze bezwaren tegen vaccineren. Trouw citeert rector Wim van Vlastuin van het Hersteld Hervormd Seminarie aan de VU over de afweging wel of niet te vaccineren: ‘Gezondheid en ziekte vallen ons niet bij toeval, maar uit Gods vaderhand ten deel. Dat staat in de Heidelbergse Catechismus, een van onze belijdenisgeschriften.’

 

“ De wetenschap staat nooit stil. Wie weet dat er in de nabije toekomst een andere manier is om je kinderen te beschermen tegen ziekten”

Het kinderdagverblijf en inenten

Op kinderdagverblijven en bso’s komen kinderen in verschillende leeftijden bij elkaar. Een koutje is zo gevat, een griepje snel doorgegeven. Kinderen die niet zijn ingeënt tegen infectieziekten, kunnen de ziekte krijgen en doorgeven – ook aan kinderen die al wel ingeënt zijn. Genoeg kinderdagverblijven en buitenschoolse opvangcentra namen daarom in het verleden maatregelen en weerden kinderen die niet ingeent waren. In 2014 bepaalt de inspectie van Volksgezondheid echter dat kinderdagverblijven niet-ingeënte kinderen niet mogen weigeren. In november 2016 laait de discussie weer op. Bezorgde ouders eisen toch dat kinderdagverblijven kinderen zonder inentingen gaan weigeren.

Inenten: wel of niet?

Vooralsnog weegt voor veel ouders – en ook voor kinderdagverblijf Monkey Donky – het belang van de groep. De enige bewezen nadelen van het vaccineren – zoals een minimale kans op koorts – wegen niet op tegen de vervelende  ziektes die met het Rijksvaccinatieplan worden voorkomen. Hoe minder kinderen er gevaccineerd worden, hoe groter de kans is dat vrijwel verdwenen ziektes toch weer de kop opsteken. Met alle gevolgen van dien – zoals de kinderen die in het Verenigd Koninkrijk stierven na een uitbraak van mazelen.

De wetenschap staat nooit stil. Wie weet dat er in de nabije toekomst een andere manier is om je kinderen te beschermen tegen deze ziekten. Vooralsnog is vaccineren echter de beste manier.

 

Meer lezen?

Bekijk ook:

Noortje

Noortje

Laat een reactie achter

Ingrid Weijens

Over het Monkey Donky Blog
Op onze blog verschijnen regelmatig interessante en leuke artikelen over alles wat met kinderen, opvoeding, gezondheid en ouders te maken heeft.
Lees je mee?