Waarom een koppige peuter en de nee-fase eigenlijk heel goed zijn

Zwangerschapstrends-header

‘Nee!’ Je kind is (bijna) twee, en dus zegt het nee. Op. Werkelijk. Waar. Alles. De peuterpuberteit slaat meestal toe tussen de 1,5 en 2 jaar oud en eindigt rond het vierde jaar. Een lastige periode, maar ook een hele belangrijke: je kleine prins of prinses zoekt naar onafhankelijkheid.  

 

Ik ben twee en ik zeg nee. Op. Werkelijk. Waar. Alles.

Help, mijn peuter is koppig

En daar horen driftbuien en heel veel ik-jes bij. ‘Ik zelf doen.’ Krijgt hij zijn zin niet, dan resulteert dat in frustratie, stampvoeten en verzet. Over die driftbuien en hoe je daar mee om gaat, schreven we eerder al. Maar belangrijker is dat deze fase een verkenning is van je kind. Van zichzelf en zijn verhouding tot anderen en de wereld. Opeens ontdekt je kleine dat hij of zij een persoon is die los staat van de ouders, met een eigen willetje en een eigen mening. En dat is natuurlijk een heel erg belangrijke ontdekking.

 

Grenzen opzoeken

Ze experimenteren volop met hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Daarbij kennen ze de grenzen nog niet en kunnen ze zich uiten met agressief gedrag, omdat ze hun emoties nog niet goed kunnen reguleren. Het is bovendien ook nog eens heel spannend, om je opeens bewust te zijn van de wereld om je heen en de ontdekkingen die je daar doet. Het klinkt misschien gek, maar jaloezie, onmacht, angst en verdriet kunnen heel impulsief naar buiten komen in een stukje agressie. Maar, neem het van de pedagogen aan: dat hoort bij deze fase.

 

Het belang van de nee-fase

Wanneer een kind niet door deze koppigheidsfase gaat, kan het later moeite hebben met grenzen, verlatingsangst en zich sociaal dwingend of onhandig opstellen naar anderen. Een dwarse peuter hebben, is dan ook een goed teken (ja, echt waar). Een dwarse peuter durft er namelijk op te vertrouwen dat zijn ouders ondanks alles van hem houden. En dat is een veilige gedachte, waarin het kind zich kan richten op de eigen sociaal-emotionele ontwikkeling.

 

Een dwarse peuter? Geloof het of niet, het is een goed teken.

Belangrijke tips tijdens de nee-fase van een peuter

De peuterpuberteit is dus een belangrijke fase, maar ook een ingewikkelde. Want hoe ga je als ouder goed om met de opstandigheid van je kind? Hieronder geven we je tips om als ouder zo goed mogelijk deze fase naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid te begeleiden.

Tip 1: Samen doen

Niets is zo frustrerend als steeds horen dat iets niet mag of kan. Zelf doen? Prima! Kijk bij welke klusjes of spelletjes je je peuter kan betrekken. Dat voorkomt dwarsliggen. Het mag best uitdagend zijn, maar door het samen te doen is het ook nog eens leuk en kun je helpen als je ziet dat het toch iets te moeilijk blijkt. Een beetje aanklooien mag, leuk zelfs. Want lukt het uiteindelijk, dan is de trots groot!

Tip 2: Wees geduldig, maar consequent

De reactie van jou, de ouder, is van grote invloed op het gedrag van je peuterpuber. Sleutelwoorden: geduld, begrip en duidelijke grenzen. Je geeft je kleine de ruimte om dingen op zijn manier te doen. Zo ontdekt je peuter dat een eigen mening en nee zeggen mag. Maar, niet alles kan op zijn manier. Dus als ouders kies je je strijd. Bij minder belangrijke zaken kun je best eens toe geven. Maar als er een grens is getrokken, dan blijft nee, ook echt nee.

 

Pick your battles: soms even toegeven is best okee, maar nee is ook echt nee.

 

Tip 3: Benoem emoties en bied een uitweg

En toen was er strijd… Probeer om niet boos te worden, want dat werkt averechts. Breng op een simpele manier de emoties van je kind onder woorden. Dat je begrijpt hoe hij zich voelt, werkt vaak al kalmerend. Bied daarbij ook een alternatief: ‘Ik zie dat je boos bent. Is er iets dat we kunnen doen zodat je weer blij wordt?’

Bijt je koppige peuter zich echt ergens in vast en lijkt de strijd alsnog hoog op te lopen? Afleiden is een ‘veilige’ manier om de peuter bij te sturen, zonder dat er verdriet of onzekerheid ontstaat. Het geeft je peuter een uitweg om toch nog mee te werken, zonder vast te lopen.

 

Tip 4: Té koppig is ook een signaal

Misschien was je eerste kind een stuk makkelijker dan de tweede. Dat kan. Geen kind is hetzelfde, het karakter speelt bij ieder anders op. Maar extreem koppig gedrag kan ook een signaal zijn dat er meer aan de hand is. Ga bij jezelf na: stel ik te hoge eisen aan mijn kind en is dit verzet? Of geef ik mijn kind juist teveel vrijheid en zoekt het de bevestiging van een grens? Als jij en je partner er verschillende regels op na houden, dan kan de onzekerheid van een peuter ook erg opspelen. Met extra koppig gedrag als resultaat.

 

Tip 5: Kijk er niet raar van op als je kind bij anderen braaf is

Zo spannend als deze periode is voor een kind, is het misschien ook wel logisch dat je kind juist in de veilige thuisomgeving de risico’s meer opzoekt. En bij anderen juist het engeltje is. Houd ook goed in je achterhoofd, dat peuters zich nog niet goed in kunnen leven in anderen. En dat ze dus niet expres jou tot waanzin drijven.

 

Ouders, even doorbijten

Ja, het zal soms een hele uitdaging zijn om geduldig en begripvol te blijven als je peuter alles op alles zet om zijn zin te krijgen. Vergeet niet dat je waarschijnlijk heel wat karaktertrekken van jezelf of je partner voorbij ziet komen in zijn gedrag – die herkenning kan al een glimlach opwekken. En mocht je er echt even doorheen zitten, google dan voor wat omdenk-inspiratie reasons my son is crying.

Dat helpt. Echt.

 

Heb jij nog tips of een ervaring die je met anderen wilt delen? Laat hieronder een reactie achter!

Monkey Donky

Post author