Leren delen door samenspelen

Blog-header-delen

Samen spelen, samen delen luidt het gezegde. Toch gaat dat bij kinderen niet (altijd) vanzelf. Hoe ontwikkelt een kind deze vaardigheden en op welke manier kunnen we als ouder het samenspelen en delen meer stimuleren?

Spelen is leerzaam. Met spelletjes worden kinderen (en laten we eerlijk zijn, ook volwassenen) intellectueel uitgedaagd. Daarnaast versnelt het de motorische én sociale ontwikkeling van het kind, aldus drs. Tamar de Vos. Tijdens het samenspelen leren kinderen bovendien problemen oplossen, rekening houden met elkaar, emoties begrijpen, plannen, onderhandelen en compromissen sluiten. Sociale vaardigheden die onmisbaar zijn in ons verdere leven.

“Samen spelen, samen delen,
toch gaat dat bij kinderen niet altijd vanzelf

Leren samenspelen

Vaak gaan we ervan uit dat kinderen vanzelf leren om samen te spelen. Toch moet ieder kind dit leren. Op het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal en in de speeltuin komen kinderen op jonge leeftijd al in contact met leeftijdsgenootjes, waardoor ze zich in anderen leren verplaatsen. Ze ontdekken sociale regels, waardoor ze het gedrag van anderen beter kunnen interpreteren en begrijpen. Daarom is het zo belangrijk dat je het samenspelen bij je kleine stimuleert. Dat kan ook thuis, met de ouders, of met een vriendje of vriendinnetje uit de buurt.

De voordelen van samen spelen

Wanneer je samen speelt, betekent dit ook dat je samen deelt. De collectie barbies is groot, maar er is slechts één Ken in het tjokvolle Barbiehuis. Wat te doen? Al snel wordt Ken niet alleen gedeeld door de barbies, maar ook door de poppenspelers. Plots vervult hij een dubbel- of tripelrol en gaat van hand tot hand. Hetzelfde geldt voor de hond, de kat en de jeep van Barbie. Wat blijkt: tijdens zo’n middagje spelen leren kinderen niet alleen vrij associëren, omdenken en inleven, maar ook hun speelgoed met elkaar te delen.

“Van je broer of zus leer je wat jouw plek is in het gezin, hoe je samen speelt, maar vooral ook hoe je samen deelt”

Delen binnen het gezin

Met een broer of zus ben je nooit alleen. Je deelt je huis, je jeugd, je kleding, je speelgoed. Misschien zelfs je slaapkamer. Samen erger je je scheel aan die veel te kleffe tante, dat irritante neefje. Als bondgenoten trek je ten strijde tegen je ouders. Je deelt je familietradities en -geheimen, je pret, je verdriet, dat vreemde trekje van je moeder of je vader.

Van je broer of zus leer je wat jouw plek is in het gezin, hoe je samen speelt, maar vooral ook hoe je samen deelt. Iedere dag deel je je ruimte, je spullen, de aandacht van papa en mama. Maar wat als je enig kind bent? Hoe leer je delen als alle aandacht thuis op jou gevestigd is? Door in andere situaties wél te leren delen: op school, bij vriendjes, op de dagopvang.

Samen spelen en delen stimuleren

Hoewel kinderen pas vanaf het vierde jaar gaan samenspelen en zich vanaf zes jaar pas goed kunnen verplaatsen in een ander, is het toch verstandig ze vroeg kennis te laten maken met het samenspelen en delen. Volgens De Vos kun je dat zelfs in iedere leeftijdsfase doen:

  •       Baby: spelletje ‘geven en nemen’. De Vos: ‘Een baby ervaart hierdoor dat hij/ zij iets weg kan geven en dat het dat dan ook weer terugkrijgt.’
  •       Jonge dreumes: samenspelen, waarbij je als ouder vooral het kind in het spel volgt.
  •       Peuter: papa of mama komt met voorbeelden van delen (‘kijk, wil jij ook even met mijn auto spelen? Dan ruilen we ons speelgoed.’), zodat de peuter leert volgen.
  •       Vanaf 3 jaar: één-op-één-spelletjes zoals memory of lotto, waardoor je kind leert geduld te hebben, rekening te houden met een ander, zich aan regels te houden en om te gaan met winst of verlies.

Het schoolplein, de kinderopvang of de sportclub zijn de uitgelezen plekken waar je kind spelenderwijs de nodige sociale vaardigheden oppikt. Toch is het verstandig eerst in een kleinere setting één-op-één te oefenen met het samenspelen, bijvoorbeeld thuis. Dit kun je doen door speelafspraken te maken, zodat je kleine met anderen leert samenspelen en delen. Om eventuele teleurstellingen te voorkomen is het wel belangrijk hier duidelijke afspraken over te maken met je kind, zoals: wie komen er over de vloer? Hoe vaak, wanneer en hoelang? En wat zijn de regels van het samenspelen?

Mijn kind kan niet delen… wat nu?

Gelukkig is het nooit te laat om te leren delen; ieder kind kan dit op latere leeftijd nog ontwikkelen. Het is zelfs heel gewoon dat kinderen tot en met hun zesde levensjaar nog moeite hebben met delen. Bovendien ontwikkelt ieder kind zich anders. Toch kun je situaties creëren waarin het kind wordt aangemoedigd om te delen. Speelafspraken kunnen hier uitkomst bieden. Zorg er in ieder geval voor dat je kind tijdens het spelen positief gestimuleerd wordt om te delen. Zes gouden tips van drs. Tamar de Vos die je hierbij kunnen helpen:

 

  1.   dwing een kind niet te delen;
  2.   wil je kind niet delen, maak dan duidelijk dat er zonder delen ook geen spelen plaats kan vinden, je kind kiest er dan waarschijnlijk zelf voor om toch maar te delen;
  3.   benoem gevoelens van andere kinderen, zodat je kind deze leert begrijpen;
  4.   heeft je kind iets gedeeld, zorg er dan voor dat hij/zij het gedeelde na het spelen weer terugkrijgt, om negatieve associaties met delen te vermijden;
  5.   geef je kind voldoende zelfvertrouwen, zodat hij/zij ook dingen durft los te laten;
  6.   gaat het spelen vaak gepaard met problemen, bespreek dan met je kind wat er niet goed gaat en hoe het beter kan.

Laat regelmatig andere kinderen over de vloer komen door speelafspraken te plannen. Hebben jij en je kind een goede klik met een ander gezin, dan kun je ook vaste speelafspraken maken. Zo kun je bij toerbeurt oppassen, waardoor je ook meer tijd voor jezelf overhoudt én een dure oppas uitspaart. Win-win!

 

Hoe vaak organiseer jij een speelafspraak voor je kind? Wat zijn jouw gouden tips? Laat het weten in een reactie.

Noortje

Post author